Overslaan en naar de inhoud gaan
  • 25/03/2025

Vorige week stelde de Vlaamse regering een broodnodig geïntegreerd actieplan voor de Vlaamse industrie voor. De presentatie vond plaats bij mastiek- en lijmspecialist Soudal – een symbolische keuze, want er valt heel wat te ‘lijmen’ in ons industrieel weefsel.

Het Vlaams industrieplan komt geen dag te vroeg. Even de feiten op een rij: sinds 2010 neemt de maakindustrie 55% van de bedrijfsuitgaven voor O&O voor haar rekening. De productiviteit ligt er 53% hoger dan in de rest van de (niet-financiële) economie. Bovendien was de industrie de afgelopen jaren goed voor meer dan de helft van onze uitvoer. Daarmee fungeert ze als een drijvende kracht achter de economie en vormt ze een essentiële pijler van onze welvaartsstaat. 

Toegevoegde waarde in verdrukking

De afgelopen jaren staat deze industriële pijler onder zware druk. Sinds 2019 is de toegevoegde waarde van de industrie met bijna 6% gedaald, en in de chemiesector zelfs met 29%. Tal van industriële sectoren – of het nu gaat om de automobiel- of staalsector – staan voor existentiële uitdagingen.

En dat terwijl de Vlaamse staal- en chemiesector wereldwijd tot de meest efficiënte behoort én actief inzet op verduurzaming – meer dan waar ook ter wereld. In 2023 exporteerde België voor maar liefst 93 miljard euro aan chemische en aanverwante producten, goed voor ruim een kwart van de totale export. Bijna de helft daarvan ging naar niet-EU-landen. Als deze industrieën in Vlaanderen en België stelselmatig worden afgebouwd, zal de productie simpelweg verschuiven naar regio’s met minder strikte klimaatambities, wat vaak resulteert in een hogere CO₂-uitstoot. Misschien een boodschap die ook eens mag doordringen tot de vzw Dryade’s van deze wereld…

Nú handelen, straks oogsten

De nood aan een industrieplan is dan ook onmiskenbaar. Industriële investeringen vragen langetermijnplanning en stevige financiële middelen. Zonder doortastend beleid vandáág dreigen cruciale investeringen morgen aan Vlaanderen voorbij te gaan. Het versterken van onze industriële concurrentiekracht en het wegnemen van onnodige drempels voor economische groei is dan ook terecht een speerpunt van de Vlaamse regering.

Of het nu gaat om meer ruimte voor bedrijvigheid, een rechtszeker vergunningenkader, een betere valorisatie van onderzoek en ontwikkeling of het aantrekken van meer Europese middelen: het plan benoemt de juiste werven waar actie dringend nodig is.

Competitief kader voor energie en decarbonisatie

De meest prangende uitdaging blijft echter de aanhoudend hoge energieprijzen en de torenhoge investeringskosten voor industriële decarbonisatieprojecten. Niet voor niets legt Mario Draghi’s rapport over de Europese concurrentiekracht sterk de nadruk op lagere energieprijzen en een competitieve decarbonisatieagenda. Gasprijzen in Europa liggen tot vijf keer hoger dan in de VS, terwijl de elektriciteitsprijzen oplopen tot een factor twee à drie. Dat is simpelweg onhoudbaar.

Dit probleem is deels te wijten aan de Russische inval in Oekraïne, maar minstens evenzeer aan een gebrek aan strategisch energiebeleid. Te lang is getalmd met grensoverschrijdende infrastructuur voor hernieuwbare energie, diversificatie van importlanden en investeringen in kernenergie. Hoewel dit vooral een Europees antwoord vereist via de Clean Industrial Deal, moet ook Vlaanderen kijken wat het zelf kan doen. Daarom is het positief dat de Vlaamse regering PMV de opdracht geeft om te onderzoeken of participaties in kleine modulaire kernreactoren een haalbare piste zijn.

Maar er is meer nodig. Steun op maat voor grote decarbonisatieprojecten en CCU/CCS-projecten in de Vlaamse havens is een terechte ambitie. Via het transitie-instrument hebben we vorig jaar als Vlaamse werkgevers al een eerste succes geboekt door dit pilootproject op de regeringstafel te krijgen. Maar met een budget van slechts 7 miljoen euro per jaar blijft dit ontoereikend om de funding gaps van vele CO₂-verlagende investeringen te dichten.

De vele ambities en initiatieven in dit Vlaams industrieplan zijn juist, maar ze moeten worden omgezet in concrete maatregelen met bijhorende budgetten. Alleen zo zorgen we ervoor dat de ‘lijm blijft plakken’.

Contactpersoon

Philippe Nys

Expert Economie, Industrie & Innovatie

imu - vzw - slimstock
ING
Orange
Logo SD Worx