Skip to main content
  • Home
  • Nieuws
  • Nederlands pensioenakkoord: het kan zonder lijst met zware beroepen
  • 19/06/2019

Nederlands pensioenakkoord: het kan zonder lijst met zware beroepen

De Nederlandse werkgeversorganisaties, vakbonden en regering zijn er in geslaagd om een breed pensioenakkoord te sluiten. Dat voorziet onder meer een focus op inzetbaarheid en verlofsparen in plaats van een lijst met zware beroepen. Het akkoord kan heel wat inspiratie bieden voor het Belgische pensioendebat.

  • Na een kleine tien jaar onderhandelen lijkt de weg vrij voor veranderingen aan het huidige Nederlandse pensioenstelsel. 
  • Na 2024 zal elk jaar levenswinst worden vertaald in gemiddeld 8 maanden langer doorwerken.
  • In het Nederlandse pensioenakkoord zit geen lijst met zware beroepen, maar wel andere tegemoetkomingen voor oudere werknemers.

Zware beroepen

Na een kleine tien jaar onderhandelen lijkt de weg vrij voor veranderingen aan het huidige Nederlandse pensioenstelsel. Een onverwachte meevaller maakte de financiering van een pensioenakkoord eenvoudiger. Enkele weken terug rekende het Centraal Planbureau de arbeidsparticipatie opnieuw door, wat een structurele verbetering van de overheidsfinanciën opleverde. 

Pensioenakkoord

Opvallend: in het Nederlandse pensioenakkoord zit geen lijst met zware beroepen, maar wel tegemoetkomingen voor oudere werknemers. Er zijn zowel tijdelijke als structurele afspraken voor mensen die nu tegen de pensioenleeftijd aan zitten, maar het werken niet volhouden. 

De stijging van de pensioenleeftijd zal op korte termijn getemporiseerd worden. De pensioenleeftijd blijft tot 2022 66 jaar en vier maanden en stijgt daarna naar 67 jaar in 2024. Nadien blijft de koppeling aan de levensverwachting onverkort gelden, maar de stijging verloopt langzamer dan was voorzien. Na 2024 zal elk jaar levenswinst worden vertaald in gemiddeld 8 maanden langer doorwerken in plaats van het voorziene jaar. In België zal pas in 2030 de pensioenleeftijd 67 jaar zijn, zonder koppeling aan de levensverwachting. 

Omdat bepaalde werknemers met zware beroepen niet hebben kunnen anticiperen op de verhoging van de pensioenleeftijd, wordt de boete voor vervroegd uittreden tijdelijk opgeschort. De versoepeling geldt voor 5 jaar (2021-2026) en loopt daarna af. Wie vervroegd wil stoppen, mag vanaf 3 jaar voor de pensioenleeftijd een bijdrage krijgen van zijn werkgever van 19.000 euro per jaar, wat ongeveer een jaar pensioenuitkering vervangt, zonder dat de werkgever een boete betaalt. De boete geldt wel bij nog eerder stoppen en voor bedragen hoger dan 19.000 euro.

“'Inzetbaarheid en een gedeelde verantwoordelijk, ook van de werknemer’, zijn geheel terecht sleutels van het Nederlandse verhaal.”

Veronique Leroy

Als structurele oplossing voor zwaar werk trekt Nederland de kaart van investeringen in duurzame inzetbaarheid. Het ministerie trekt 800 miljoen uit voor om- en bijscholing, het lichter maken van werk of loopbaanscans. Daarnaast willen sociale partners in cao’s afspraken maken over het opsparen van extra verlof om bijvoorbeeld eerder met pensioen te gaan (max. 100 weken). Dat wordt mogelijk gemaakt met extra fiscale ruimte. Er komt in dat kader ook een onderzoek of een koppeling mogelijk is tussen het uittreden en het aantal dienstjaren, bijvoorbeeld na 45 jaar. 

Veel is nog niet uitgewerkt. Dat moet de komende jaren gebeuren. Vakbonden, werkgevers en politici zullen in de uitwerking moeten laten zien hoe serieus hun ambities voor het Nederlandse pensioenstelsel echt zijn. Maar ze verdienen het voordeel van de twijfel. 

Dit pensioenakkoord toont aan dat de stijging van de arbeidsparticipatie extra onderhandelingsruimte kan creëren. Meer mensen aan het werk loont in elk opzicht. Daarnaast zijn ‘inzetbaarheid en een gedeelde verantwoordelijk, ook van de werknemer’, geheel terecht de sleutels van het Nederlandse verhaal. Ook voor het Belgische pensioendebat moeten dit de belangrijkste ingrediënten zijn. 

Contactpersoon

Veronique Leroy

Senior Adviseur Sociaal recht en Arbeidsmarkt

ING
SD Worx