Skip to main content
  • Home
  • Nieuws
  • FACTCHECK ARBEIDSMARKT - 4 'wijsheden' herbekeken
Factcheck arbeidsmarkt
  • 03/05/2019

FACTCHECK ARBEIDSMARKT - 4 'wijsheden' herbekeken

Werken we niet al te lang? Zijn onze loopbanen niet al te intens? Hebben velen niet een te 'zwaar beroep'? Doet minder werken niet meer werken? Vier feiten getoetst op hun waarachtigheid.

"We werken te lang."

NIET CORRECT, WE WERKEN NET HET MINST LANG.

We werken nog geen 33 jaar en hebben daarmee nog steeds de kortste loopbanen in Europa. Gemiddeld duurt een carrière in Europa drie jaar langer, zo'n 36 jaar in totaal dus. We stoppen dan ook veel sneller met werken dan in andere landen. Nog voor ons 61ste gaan we met pensioen. Ter vergelijking: in Nederland is dat pas op 63 jaar, in Zweden zelfs maar op 65,5 jaar.

Factcheck

"Minder werken schept meer werkgelegenheid."

INTEGENDEEL, EEN KORTERE WERKWEEK DOET DE TEWERKSTELLING NET DALEN.

Voorstanders van de 30-urenweek beweren dat op die manier meer mensen aan het werk gezet kunnen worden. Via de collectieve arbeidsduurvermindering zou de vaste hoeveelheid werk immers verdeeld worden over meer mensen. Dat zou in de praktijk nogal kunnen tegenvallen. Zo'n loonsverhoging zou een duidelijke negatieve impact hebben op de vraag naar arbeid bij de werkgevers. Heel wat jobs zouden immers te duur worden om nog te organiseren. De kortere werkweek zou uiteindelijk net resulteren in een daling van de totale tewerkstelling, met de bijhorende belangrijke schade voor onze economie en welvaart.

"Onze loopbanen zijn intenser dan elders."

NEE, IN ANDERE LANDEN KLOPT ME MEER UREN.

Belgen werken gemiddeld slecht 1.546 uur per jaar. Dat is bij de laagste cijfers in de OESO en heel wat minder dan het gemiddelde van 1.744 uur. Slechts 4,3% van de bevolking werkt lange dagen. Er worden minder regelmatige overuren gepresteerd dan elders, behalve Duitsland. En we zitten bij de top als het gaat over vrijetijdsbesteding, eten en slapen per dag: 15,8 uur spenderen we daar aan."

"Iedereen heeft een zwaar beroep."

NIET WAAR, IN ANDERE LANDEN GAAT HET MAAR OM 0,5 À 4%.

Als de politiek en de sociale partners erin slagen om hierover een regeling uit te werken, zullen mensen in zware beroepen vroeger op pensioen kunnen gaan. In het Belgische debat lijkt voor sommigen de doelstelling te zijn om zoveel mogelijk beroepen als zwaar te laten erkennen. Met de criteria die besproken zijn voor de overheid zou zowat de helft van de ambtenaren een zwaar beroep uitoefenen. In andere Europese landen die een regeling voor zware beroepen hanteren, varieert het aantal werkenden in zo'n zwaar beroep van 0,5% tot 4%.   

Factchecker van dienst is Veronique Leroy, arbeidsmarktexpert bij Voka.

Contactpersoon

Veronique Leroy

Senior Adviseur Sociaal recht en Arbeidsmarkt

ING
SD Worx