Skip to main content
  • Home
  • Nieuws
  • COLUMN - Werken aan sterkere groei in Vlaanderen en Wallonië
Bart Van Craeynest
  • 28/06/2019

COLUMN - Werken aan sterkere groei in Vlaanderen en Wallonië

De verkiezingen van 26 mei leverden een opmerkelijk spiegelbeeld op. In Vlaanderen koos zo’n 50% voor rechts en zo’n 25% voor links. In Wallonië lagen die verhoudingen nagenoeg perfect omgekeerd. Dat resultaat plaatste de discussie over België als een onhoudbare vereniging van twee regio’s die hoe langer hoe minder met elkaar gemeen hebben terug hoog op de agenda. Economisch liggen de feiten toch iets genuanceerder. Dat schrijft Bart Van Craeynest, hoofdeconoom van Voka.

 

De conjunctuurcyclus in Vlaanderen en in Wallonië lag de voorbije 25 jaar nagenoeg gelijk: de schommelingen in economische activiteit liepen parallel. En ook de groeivertraging die vandaag aan de gang is, is voelbaar in beide regio’s. Wel groeide Vlaanderen de voorbije 15 jaar doorgaans sneller dan Wallonië. Per jaar bedroeg de gemiddelde economische groei in Vlaanderen sinds 1995 2%. In Wallonië was dat 1,5%. 

Op de arbeidsmarkt zijn de verschillen nog meer uitgesproken. In Vlaanderen was in 2018 74,6% van de 20- tot 64-jarigen aan het werk, in Wallonië 63,1%. Om de Vlaamse werkgelegenheidsgraad te halen, zouden in Wallonië bijna 250.000 mensen extra aan het werk moeten. Verontrustender dan die verschillen is het feit dat die blijven toenemen. Sinds 2011 groeide Vlaanderen elk jaar sterker dan Wallonië, en volgens het Planbureau blijft dat ook de komende jaren het geval. In dezelfde periode nam de Vlaamse werkgelegenheidsgraad met 2,8 procentpunt toe, in Wallonië bleef die stijging hangen op 0,9. 

De discussie over de regionale verhoudingen zou vooral moeten gaan over hoe elke regio het best de economische activiteit kan ondersteunen. Zoals zo vaak is de realiteit veel genuanceerder dan de makkelijke slogans. Vlaanderen en Wallonië zijn geen compleet verschillende economieën waartussen samenwerking onmogelijk wordt. De grote uitdagingen zoals vergrijzing, technologische revolutie en klimaat raken beide regio’s. Anderzijds is een uniform beleid op verschillende vlakken geen goed idee, wat geïllustreerd wordt op de arbeidsmarkt. Zo zijn er regionale hefbomen, onder meer in de fiscaliteit, die totnogtoe te weinig gebruikt worden. Daarnaast blijven er ook bevoegdheden die nog altijd op federaal niveau liggen waarvan het weinig waarschijnlijk is dat ze daar kunnen bijdragen tot een evenwichtigere regionale ontwikkeling. De hele loonvorming via de nationale loonnorm is daarvan een sprekend voorbeeld. Het debat kan dan ook beter focussen op welke hefbomen best op welk niveau ingezet worden om voor beide regio’s tot betere economische resultaten te komen. 

 

Contactpersoon

Bart Van Craeynest

Hoofdeconoom

ING
SD Worx