Skip to main content
  • Home
  • Nieuws
  • COLUMN - Het echte begrotingswerk moet nog beginnen
Bart Van Craeynest
  • 18/10/2019

COLUMN - Het echte begrotingswerk moet nog beginnen

Na een stukje slecht politiek toneel stelde de nieuwe Vlaamse regering begin vorige week haar begrotingstabellen voor. De headline daarvan is vrij saai: als de regering vijf jaar niks nieuws zou doen, dan zou ze naar raming in 2024 uitkomen op een overschot van 314 miljoen euro. Met de voorgestelde beleidsplannen komt ze uit op een overschot van 75 miljoen. De regering gebruikt dus de beperkte buffer, maar dat zou wel eens kunnen tegenvallen als straks de economische activiteit lager uitvalt dan de verwachtingen waarop de begroting gebaseerd werd. Dat schrijft Bart Van Craeynest, hoofdeconoom van Voka.

Achter het totale cijfer schuilen wel heel wat beleidsplannen: de regering plant voor 2,5 miljard nieuwe initiatieven en plaatst daar 2,3 miljard financiering via besparingen en belastingen tegenover. Dat botste meteen op heel wat kritiek. Uit verschillende hoeken weerklonk protest over de geplande inspanningen, en herhaaldelijk werden de plannen samengevat als vestzak-broekzak. Die kritiek gaat nogal vlot voorbij aan de essentie van het begrotingsbeleid. Als je vertrekt van een evenwicht en je wil dat evenwicht behouden, dan moet je voor nieuwe initiatieven op zoek naar financiering. Tenzij er geld uit de lucht valt natuurlijk. 

De inspanningen op Vlaams niveau vallen trouwens fantastisch goed mee in vergelijking met wat er straks federaal op tafel ligt. Daar vertrekt de volgende regering immers niet van een minimaal overschot, maar van een tekort van naar raming 12 miljard euro tegen 2024. De nieuwe federale regering moet dus niet alleen financiering vinden voor nieuwe initiatieven, maar ook om dat gat te dichten. 

Voor de voorbije regeringen viel er telkens nog geld uit de lucht onder de vorm van lagere rentelasten. Sinds begin jaren ’90 zijn die met 9% van het BBP (41 miljard in euro’s van vandaag) teruggezakt. De rentelasten zullen nog verder zakken, maar het grootste deel van de rentebonus ligt achter ons. De volgende regeringen zullen het dus meer met echte inspanningen moeten doen. In bepaalde hoeken wordt dan al snel gekeken naar hogere belastingontvangsten. Onder andere de regeringen Dehaene, Leterme en Di Rupo kozen die piste. Maar we hebben vandaag nog altijd de derde hoogste belastingen onder de industrielanden. Zo liggen de belastingontvangsten nu al 5,8% van het BBP (27 miljard) hoger dan in Nederland en 7,1% (33 miljard) hoger dan in Duitsland. De echte begrotingsinspanningen moeten nog gebeuren, en die zullen toch vooral moeten komen van veel efficiënter omgaan met de huidige middelen.      

VZW - vGD
ING
SD Worx