Skip to main content
  • Home
  • Nieuws
  • “We moeten veel meer inzetten op actieve arbeidsmigratie”
“We moeten veel meer inzetten op actieve arbeidsmigratie”
  • 13/05/2019

“We moeten veel meer inzetten op actieve arbeidsmigratie”

Integratie via onderwijs, actieve integratie via werk en gerichte arbeidsmigratie. Dat zijn de drie pijlers waar Voka op inzet om meer mensen met een migratieachtergrond en (niet)-EU-burgers aan de slag te krijgen in Vlaanderen. Want de Vlaamse arbeidsmarkt heeft iedereen nodig om een antwoord te bieden op de groeiende krapte.Conclusie na een gesprek met een migratie-expert, de VDAB-topman, een HR-manager, twee Portugese hoogopgeleide werknemers en een Tunesische werkzoekende: er is nog veel werk aan de winkel. 

Tekst Sam De Kegel – foto Wim Kempenaers

Patricia Barros en Corinne Martens
Patricia Barros en Corinne Martens

 

“Indien we vandaag niet internationaal zouden rekruteren, bestaat het risico dat onze groei binnenkort fors wordt afgeremd”, valt Corinne Martens, HR-manager bij Sofico, meteen met de deur in huis. Het softwarebedrijf uit Zwijnaarde telt in België 110 werknemers (wereldwijd 260) en ontwikkelt een uniek softwarepakket voor de autoleasingsector. In tijden van smart mobility evolueert hun product razendsnel en hebben ze hoogopgeleide werknemers nodig, zowel economisten die een consultancyrol opnemen als IT-ontwikkelaars die nieuwe of klantspecifieke modules ontwikkelen. Sofico wierf al heel atypische profielen aan zoals masters in Romaanse Talen, LO of Geologie met interesse in IT en analytische skills. “Maar dan nog vinden we onvoldoende kenniswerkers. De instroom vanuit economische en IT-afstudeerrichtingen is beperkt en alle banken, The Big Four, IT-bedrijven,… vissen in diezelfde vijver. Sterker nog: er zit nauwelijks nog vis in de vijver.” 

Uit pure noodzaak begon Sofico over de grens te kijken en kwam het in contact met de VDAB en Eures (EURopean Employment Services), een Europees samenwerkingsnetwerk van arbeidsbemiddelingsbureaus én een platform voor werkgevers om op een vlotte manier werknemers uit de 28 lidstaten van de Europese Unie, plus Noorwegen, Liechtenstein, IJsland en Zwitserland in dienst te nemen. “We hebben eerst vacatures meegegeven aan de VDAB. Na een tijdje zijn we zelf jobbeurzen, gericht op ICT’ers en ingenieurs, beginnen bezoeken in Spanje en Portugal, in samenwerking met Eures België, Eures Portugal, de tewerkstellingscel in Portugal en Portugese universiteiten. Onze eerste internationale werknemer was Portugees Miguel Ferreira, die we aanwierven in 2014 als software engineer. We waren onder de indruk van zijn werkethiek en opleidingsniveau. Ook zijn kennis van het Engels was heel goed, die ligt in Spanje vaak een stuk lager.” In 2014 was de Portugese arbeidsmarkt schrijnend, weet Corinne. “Ik ben in contact gekomen met burgerlijk ingenieurs die een salaris hadden van 800 euro per maand, of zelfs werkloos waren. Vandaag is de markt er weer sterk aan het aantrekken en moeten we daar niet meer zijn.”

Patricia en CorinnePatricia Barros, eveneens Portugese, kwam ook via een jobbeurs naar Sofico in februari 2018, als business consultant. Zowel Miguel en Patricia kregen de eerste drie maanden een bemeubeld appartement, ondertussen konden ze rustig zelf een woonplaats zoeken. Alle administratie werd voor hen geregeld.

Miguel en Patricia komen erbij zitten. Ze spreken vloeiend Engels, verstaan Nederlands en wonen allebei in Gent. Vooral Patricia volgt momenteel intensief Nederlands omdat ze zich hier nog beter wil integreren. Beide erkennen dat je nooit ergens 100% kan integreren als je de thuistaal niet spreekt. Patricia: “Ik had zin in een nieuwe uitdaging en België is als EU-lid heel bereikbaar vanuit Lissabon, mijn thuis.” Ze heeft wat familie in Brussel maar kwam hier in haar eentje. “Ik geloof dat Belgen buitenlanders goed ontvangen, ook daarvoor koos ik voor België.”

Miguel droomde al jarenlang om in het buitenland te werken. “Ik kende België niet goed, maar de arbeidsmarkt is hier sterker dan in Portugal. In mijn thuisland is het veel moeilijker om een goedbetaalde job te vinden.” Ondertussen is hij bij Sofico job- en teamcoach en verhuisde zijn vriendin, een verpleegster, naar België. Miguel bekijkt economische migratie eerder op een filosofische manier. “Voor mij maakt het niet uit vanwaar mensen komen. As ze de competenties hebben, zich willen integreren en de regels van de maatschappij in het land waar ze verblijven, willen volgen, dan is het okay voor mij.”

Corinne ziet vooral de voordelen van arbeidsmigratie: “Onze internationale werknemers zijn leergierig, reisbereid en de culturele verschillen zorgen voor meer diversiteit in onze teams. De HR-manager beseft dat Miguel en Patricia vroeg of laat kunnen terugkeren naar Portugal of naar elders in Europa, want ze zijn fel gegeerd. Beiden worden regelmatig het hof gemaakt door headhunters. Sofico kijkt ondertussen ook richting Roemenië, waar het studieniveau vrij goed is, en zelfs naar Oekraïne. “Buiten de EU wordt rekrutering een stuk moeilijker”, weet ze uit ervaring. “Werknemers hebben o.a. een arbeidskaart B nodig, er zijn veel meer paperassen.”  

Integratie via onderwijs: vroeg begonnen is...

Sofico wil samen met de VDAB ook in eigen land werkzoekenden met een migratieachtergrond een ICT-opleiding en/of kans op een stage geven. “ICT-richtingen moeten hier veel meer gepromoot worden”, vindt ze.  

Fons Leroy
Fons Leroy (VDAB)

Eén ding staat vast: de Vlaamse arbeidsmarkt heeft iederéén nodig, want de komende jaren stevenen we af op een ongeziene arbeidskrapte. De komende legislatuur moeten door de vergrijzing in Vlaanderen 382.330 jobs worden vervangen. Iederéén zo veel mogelijk activeren is de boodschap. Nergens in Europa is de kloof in werkgelegenheidsgraad tussen autochtone, beroepsactieve Belgen (73%) en inwoners van buitenlandse herkomst (onder de 50%, met uitzondering van de EU) echter zo groot als in België. Fons Leroy, CEO van de VDAB, legt de vinger op de wonde. “De eerste generatie migranten hebben we binnengehaald zonder een integratiebeleid, dat startte pas in 2000. De tweede en derde generatie hebben ook nooit een rolmodel gehad in de eerste generatie, denk aan een leerkracht of een advocaat.” 

“We moeten alle personen met een migratieachtergrond – vaak zijn ze hier geboren – meer dan ooit integreren op onze arbeidsmarkt. En dat begint in het onderwijs”, beklemtoont Veronique Leroy, Voka-adviseur arbeidsmarkt. “38% van de leerlingen met een niet-EU-nationaliteit verlaat het secundair onderwijs zonder diploma in ons land, dan ben je een vogel voor de kat. Dat staat in schril contrast met het Vlaamse gemiddelde van 6,8% (2016). Alle jongeren moeten een diploma proberen halen, alle kleuters moeten zo snel mogelijk participeren aan het kleuteronderwijs, waardoor de taalachterstand vanaf de wortel wordt aangepakt. Ouders van migranten moeten meer betrokken worden bij het schoolgebeuren.

Via de kinderen kan je ook de ouders mee het (taal)bad intrekken. Scholen kunnen ook inzetten op naschoolse activiteiten, zo krijg je sneller die sociale mix. En het studiebegeleidingsadvies kan nog een stuk beter. N-VA-politica Zuhal Demir kreeg ooit het advies om ‘snit en naad’ te volgen terwijl haar passie en ambitie elders lag.” 

Taalremediëring is noodzakelijk, vindt ook Fons Leroy: “De leerplicht moet zo laag mogelijk zijn. Hoe sneller je mensen met een migratieachtergrond in het kleuteronderwijs krijgt, hoe sneller je op die taal kan werken. En hoe jonger je bent, hoe sneller je leert.” 

Activeren in eigen land

Het is een oud zeer: ondanks de huidige krapte en de tienduizenden vacatures kent ons land nog steeds een bijzonder grote groep van beroepsinactieven, waarvan er een aantal niet traceerbaar zijn. Fons Leroy: “We moeten bijvoorbeeld huismoeders van allochtone origine uit hun isolement halen. Uit een onderzoek door studenten in Heusden-Zolder blijkt dat een aanzienlijk deel niet actief is omwille van culturele waardepatronen en man/vrouwverhoudingen, maar een verrassend groot deel wou wel actief zijn op de arbeidsmarkt. Die groep moet opnieuw ontwikkelingskansen krijgen. Daar zit veel potentieel naar zorgkundige en verpleegkundige beroepen, omdat ze nu al aan informele zorgverlening doen binnen hun gemeenschap.”

Zijn er nog voldoende laagdrempelige jobs? “Ja, zegt, Fons Leroy onomwonden. “Uit studies blijkt dat elke hooggeschoolde job ook laaggeschoolde jobs creëert. Vooral de middengeschoolde arbeid komt onder druk te staan door de robotisering. We moeten er wel voor zorgen dat mensen met een migratieachtergrond ook in het hoger segment geraken.” 

Volgens Veronique Leroy moeten meer betaalbare jobs voor laaggeschoolden zorgen voor een opstap naar werk, ook voor migranten. “Een jobstimulans voor de laagste lonen kan er ook voor zorgen dat meer laag- en kortgeschoolden willen werken zonder extra meerkost voor de werkgever.” 

Concentrisch rekruteren

Maar zelfs het activeren en integreren van het arbeidspotentieel hier zal niet volstaan, zeggen zowel Fons Leroy (VDAB) als Veronique Leroy (Voka). Alleen nog maar om onze beroepsactieve bevolking op peil te houden, zullen we actief buitenlands talent – lees: hoog- en middengeschoolden en knelpuntprofielen - naar hier moeten halen. Veronique: “Kijk naar de VDAB-lijst met knelpuntberoepen, vele staan er al jaren op. We hebben ons onderwijs, een activerings- en opleidingssysteem en toch zie je die knelpuntberoepen niet verdwijnen.

Ondertussen moeten bedrijven, die de krapte aan den lijve ervaren, hun groei bijstellen. Dan lijkt het ons opportuun dat we, naast alle activeringsinspanningen, gericht en actief mensen naar hier halen vanuit het buitenland. Ik ben fan van de huidige, dynamische knelpuntberoepenlijst (een lijst met beroepen waarvoor middengeschoolden uit het buitenland toegang krijgen tot onze arbeidsmarkt zonder dat daar eerst een arbeidsmarktonderzoek voor vereist is, ze werd goedgekeurd eind 2018, sdk), omdat we die lijst om de twee jaar bijstellen in functie van de noden op de arbeidsmarkt.” 

Fons Leroy: “De tekorten zijn heel groot en de demografische shift is zo ingrijpend dat rekrutering vanuit het buitenland noodzakelijk is. De uitkomst van activering van inactieven hier is ook heel onvoorspelbaar. Zeker voor technologische en verzorgende jobs gaan we extra buitenlands talent nodig hebben.” De VDAB werkt met zogenoemde concentrische cirkels, een model waarbij eerst wordt gekeken of men geschikte krachten vindt op de Vlaamse arbeidsmarkt, daarna in de andere gewesten (Brussel en Wallonië), vervolgens heel Europa en daarna de rest van de wereld. “Ook Europa wordt een grijs continent en als de economie beter gaat, keren Spaanse verpleegkundigen of Portugese ICT’ers terug naar eigen land”, weet Fons. 

Fons Leroy beklemtoont dat de VDAB voor jobbeurzen steeds met de bemiddelingsdiensten van het gastland samenwerkt, net om een braindrain in dat land te vermijden. “Dan zijn we zeker dat het eerder een braingain wordt.” Recent haalde de VDAB het nieuws met een project waarbij 60 Marokkaanse ICT’ers in Marokko worden opgeleid. Dertig komen nadien naar hier, dertig blijven in hun thuisland. Ook de werkgeversorganisaties Voka en Agoria ondersteunen dit pilootproject, dat gesubsidieerd wordt door het Mobility Partnership Facility (MPF) van de Europese Commissie, via het International Centre for Migration Policy Development (ICMPD).

De Marokkaanse tegenhanger van de VDAB, Anapec, selecteert de informaticastudenten die aan de profielen voldoen. Vervolgens werven de Vlaamse bedrijven de Marokkaanse informatici aan, met een contract van zes maanden tot één jaar. Daarna is er de mogelijkheid voor een vaste aanstelling.
Volgens het Belgisch Ontwikkelingsagentschap Enabel werd gekozen voor Marokko omdat dit een partnerland is, waarmee al nauw samengewerkt wordt. Er kwam redelijk wat kritiek op dit project. “We investeren echter ook hier in laagdrempelige IT-opleidingen om jongeren om te scholen tot webontwikkelaar”, beklemtoont Fons. “Maar dat volstaat niet.”

Actieve boven passieve migratie

België heeft sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw golven van immigranten gekend. Na de Tweede Wereldoorlog was er een sterke vraag naar de zogenaamde ‘gastarbeiders’, tijdens de golden sixties sloten we overeenkomsten met landen als Marokko en Turkije om arbeiders van daar bij ons te laten werken in de mijnbouw. In 1974, na de olie- en economische crisis, werd een migratiestop afgekondigd. Sindsdien deed ons land vooral aan ‘passieve’ migratie: een verblijfsvergunning toegekend wegens gezinshereniging of als vluchteling (asielzoekers). Van de 53.096 verblijfsvergunningen die in 2016 aan niet-Europeanen werden uitgereikt, ging slechts 10 procent naar arbeidsmigranten.

Fons Leroy volgt de Voka-analyse dat we veel meer moeten inzetten op actieve migratie. “Sinds die formele migratiestop hebben we enkel volgmigratie aangetrokken, maar dan krijg je niet de profielen die onze arbeidsmarkt nodig heeft. Deze Vlaamse regering beseft dat we veel meer moeten inzetten op selectieve, economische migratie op basis van knelpuntvacatures.”

Veronique Leroy beklemtoont dat we niet enkel actief moeten inzetten op arbeidsmigratie, maar dat ook efficiënter moeten doen. “Buitenlandse (niet)-EU-hoog- en middengeschoolden kunnen kiezen uit vele landen. We moeten dus klantvriendelijker worden, via een centraal elektronisch onthaalloket en efficiënte doorstroom van informatie in de backoffice en een snelwegprocedure voor bepaalde hooggeschoolden. Want anders trekken ze naar andere landen.”

Anoniem solliciteren? Liever niet

Op de arbeidsmarkt is absoluut geen plaats voor discriminatie. Niet door werkgevers, en evenmin tussen medewerkers onderling. Sinds 1 april 2018 kunnen federale inspecteurs praktijktesten uitvoeren om discriminatie op de arbeidsmarkt op te sporen. Maatregelen zoals praktijktesten en verplichte quota doen echter enkel aan symptoombestrijding.

Zowel Fons Leroy als Veronique Leroy zien ook geen heil in anoniem solliciteren. Onderzoek toont aan dat anoniem solliciteren zelfs nefast kan zijn voor migranten. Bij een anonieme sollicitatie wordt bijvoorbeeld een cv met taalfouten niet in de context van anderstaligen geplaatst. Een anonieme sollicitatie maakt ook abstractie van bepaalde punten die juist een groot voordeel opleveren voor personen met een migratieachtergrond, denk aan vrijwilligerswerk. Een heel talige selectietest kan ook een moeilijke horde zijn voor anderstaligen. Wanneer de taal minder functierelevant is, kan de keuze voor een minder talige test of een simulatieoefening gelijke kansen geven aan de verschillende kandidaten. Veronique: “Softwarebedrijf Cronos gebruikt Udemy, een digitaal trainingsplatform dat de vaardigheden van anderstaligen kan screenen en waarmee opleiding wordt gegeven via korte filmpjes waarin enkel jobspecifiek taalgebruik wordt gehanteerd.” 

Fons (VDAB): “Een mens moet zichzelf kunnen tonen, als uniek individu. Ik ben ook niet voor quota op het individuele niveau van de ondernemingen, maar wel voor quota op het niveau van de arbeidsmarkt. Als de werkzaamheidsgraad bij allochtone meisjes op pakweg 35% ligt, moeten we streven naar een hoger percentage, waarbij alle beleidsactoren gedwongen worden hun beleid bij te sturen. Dat is veel effectiever dan discriminatietests.” 

De queeste naar een job

In Vlaanderen zijn er ondertussen vele losse projecten om meer mensen met een migratieachtergrond en/of vluchtelingen sneller aan de slag te krijgen: Duo for a job, Jobroad, @level2work,… Is er niet te veel versnippering? Leroy: “Het is goed om al die ‘bloemen’ te laten ‘bloeien’, want het is duidelijk dat mentorship werkt. Wat al die projecten gemeenschappelijk hebben, is dat ze één op één mensen ondersteunen.” (zie ook kaderstuk hieronder). 

Elias Zhir
Elias Zhir

In Gent ontmoeten we Elias Zhir, een Tunesiër, die onlangs een @level2worktraject volgde. De twintiger behaalde een diploma van kwaliteitscoördinator in de voeding in Tunesië, werd verliefd op een Tunesische die geboren en getogen is in België en volgde haar in 2017 naar hier. Een schoolvoorbeeld van ‘volgmigratie’, maar wel een jongeman mét een diploma en rijbewijs, die ondertussen behoorlijk Nederlands spreekt. “Sorry, maar ik ben een beetje nerveus”, zegt hij eerlijk.

Elias wil doodgraag in de voedingssector aan de slag volgens zijn studieniveau, maar dit lukt voorlopig niet. Hij bezocht verschillende jobbeurzen en solliciteerde bij enkele tientallen voedingsbedrijven (in West- en Oost-Vlaanderen, Antwerpen en Brussel), soms via aanbeveling door zijn @level2work-mentor. Elias: “Ik bots telkens op een ‘neen’ omdat ik te hoog gekwalificeerd zou zijn en/of omdat mijn kennis van het Nederlands ontoereikend is.” Hij volgt nog steeds cursus Nederlands en overweegt nu om verder te studeren en zo een Belgisch diploma te verwerven.

Maar ondertussen moet er brood op de plank komen en binnenkort wordt hij papa. Tijdens het interview krijgt hij telefoon van om een interimjob te doen bij Coca-Cola in Gent. Onder zijn niveau, maar het toont aan dat hij wil werken. Op zijn cv staat nu werkervaring als arbeider in de logistiek, maar daar zou hij liever een job op zijn niveau zien staan. Zelfs een stageplaats in een voedingsbedrijf als kwaliteitscoördinator - wat zijn cv zou opsmukken- lukt voorlopig niet. “Ja, ik word wat gedemotiveerd, maar ik geef de moed niet op. “What doesn’t kill you, makes you stronger”, zegt hij. 

Fons Leroy is niet verrast door het verhaal van Elias Zhir: “Soms gaan werkgevers nog voorbij aan talent. Moesten we gans het parcours dat sommige vluchtelingen en mensen met een migratieachtergrond reeds doorlopen hebben, zichtbaar kunnen maken, werkgevers zouden vaak een ander idee krijgen. Dan ontdek je competenties zoals creativiteit, ondernemingszin en doorzettingsvermogen. Ik ontmoette een werkzoekende Syriër. Hij had zijn koffer waarmee hij naar hier vluchtte in kleine stukjes gesneden en overal waar hij ging solliciteren, nam hij een stukje mee om zijn verhaal te vertellen: ‘Kijk, die weg heb ik al afgelegd. Ik ben er nog niet, maar ik ben bereid om te investeren in mezelf.’ Dan krijg je een beeld van het vermogen van de mens.” 

Rekruteerders met een ander kleurtje

We interviewen de VDAB-CEO op een evenement voor HR-professionals en rekruteerders. Hij geeft er een speech over de arbeidsmarkt van morgen. “Wat me opvalt, is dat deze zaal heel ‘wit’ gekleurd is”, zegt hij voor een zaal van tweehonderd toeschouwers. “Op dat vlak hadden we al verder moeten staan. We hebben bij de VDAB zelf vastgesteld dat, toen we meer 50-plussers begonnen te begeleiden, onze dertigjarige consulenten zich onvoldoende konden inleven in hoe het voelt om je werk te verliezen als vijftigplusser. We zijn toen oudere consulenten gaan aanwerven die een betere fit hadden met vijftigplussers op zoek naar werk.

Hetzelfde doen we nu voor allochtone gemeenschappen. De VDAB is zich zelf gaan voorstellen in moskeeën. Zo kunnen we onze vacatures veel directer plaatsen in die gemeenschappen en is er meer diversiteit in ons personeelsbestand gekomen. Sollicitanten krijgen een rolmodel en de consulenten kennen de cultuur, gebruiken de juiste taal en zijn vaak een stukje directiever dan onze Vlaamse consulenten. Ze brengen hun eigen levenservaring mee die ze doorgeven aan de sollicitanten.” 

Werkgevers leggen soms nog een te grote focus op diploma’s en certificaten en/of stellen te hoge eisen op het vlak van Nederlands, besluit Veronique Leroy: “Sommige bedrijven zijn nog te veel op zoek naar die ene witte raaf. Je moet de groeicurve van mensen kunnen zien. Gelukkig zijn ook vele bedrijven heel pragmatisch en zetten ze toekomstgericht in op werkplekleren zoals via het Voka-project WELT. Als mensen naar hier komen om te werken, soms van duizenden kilometers ver, en meedragen aan onze sociale zekerheid, dan gaat het niet om welvaartstoerisme, hé. Als je dan ziet dat we in eigen land er nog niet in slagen om Waalse of Brusselse werkzoekenden meer naar Vlaanderen te krijgen, dan zeg ik: ‘Respect’.”

Van Jobroad tot @Level2work: zo krijg je anderstalige nieuwkomers aan de slag
@level2work, gestart vanuit de Vlaamse overheid, wil hoogopgeleide, anderstalige nieuwkomers op niveau van hun diploma op onze arbeidsmarkt krijgen. Ook Voka Oost-Vlaanderen begeleidde tot nu toe vijf proeftuinprojecten. De Voka-coördinator brengt de hoogopgeleide anderstalige (de mentee) in contact met een ervaren professional (mentor) die bij voorkeur actief is in een sector waarin de anderstalige graag wil werken. De mentor moedigt de mentee aan en geeft tips bij sollicitaties, wisselt kennis en ervaring uit en geeft feedback. Het einddoel? Een job op niveau van hun diploma. In april 2018 waren van alle @Level2work deelnemers uit de niet-EU (1.056) net geen 30% aan de slag (29,2%). Of deze tewerkstelling al dan niet op niveau is, is moeilijker te meten.
Jobroad, een samenwerking tussen onder meer Voka, Accent Jobs en VDAB, wil nieuwkomers met een migratieachtergrond sneller en effectiever aan werk helpen in België. Het basisprincipe is dat een goede werkattitude en leerbereidheid voldoende kunnen zijn om ontbrekende competenties op de werkvloer aan te leren. Er wordt ook gestreefd naar lokale tewerkstelling waardoor het niet hebben van een rijbewijs of auto minder een obstakel vormt. In Oost-Vlaanderen waren medio 2018 99 personen in begeleiding, waarvan er 51 een job vonden. 

 

“Zeker voor technologische en verzorgende jobs gaan we extra buitenlands talent nodig hebben”

“Ik leer intensief Nederlands nu. Het is de enige manier om je echt te integreren”

“Indien we vandaag niet internationaal zouden rekruteren, bestaat het risico dat onze groei binnenkort fors wordt afgeremd”

“Ik bots telkens op een ‘neen’ omdat ik te hoog gekwalificeerd zou zijn of omdat mijn kennis van het Nederlands ontoereikend is”

Banque de Luxembourg
Deloitte
ING
Logo Mensura
Proximus
SD Worx
BovaEnviro+
GutzandGlory
G4S
Soundfield
Jobat Media