Skip to main content
  • Home
  • Nieuws
  • Vijf doorbraken cruciaal voor werkzaamheidsgraad van 80%
  • 11/09/2019

Vijf doorbraken cruciaal voor werkzaamheidsgraad van 80%

Aan de vooravond van een nieuwe Vlaamse regering wordt alvast deze ambitieuze doelstelling naar voren geschoven: een verhoging van de werkzaamheidsgraad tot 80%. Zo’n scherpe doelstelling opnemen is een stap vooruit, maar hoe we die effectief bereiken is een ander paar mouwen. Wij formuleren vijf noodzakelijke doorbraken.

  • Activeer iedereen die kan werken, ongeacht statuut.
  • VDAB moet centrale activeringsregie opnemen.
  • Beperk (werkloosheids)uitkeringen in de tijd.
  • Moedig met jobstimulans werken aan.
  • Vereenvoudig maatregelen waar nodig.

Talent neededLanden zoals Nederland, Zweden en Duitsland tonen dat het mogelijk is om onze werkzaamheidsgraad op te krikken, mits grondige hervormingen en fundamentele keuzes. We geven hierbij vijf doorbraken die volgende regeringen  - Vlaams én federaal - moeten realiseren om dit objectief te halen. Een hogere werkzaamheidsgraad zal immers meer dan nodig zijn om het structurele begrotingstekort te helpen dichten.

1. Activeer iedereen die kan werken, ongeacht het statuut of stelsel waarin hij vertoeft. Tijdens de voorbije legislatuur is het aantal werkzoekenden gedaald maar daarbuiten is er nog een grote reserve binnen de groep van langdurige arbeidsongeschiktheid, leefloon, vrijgestelde werklozen, enzovoort. Willen we de grote vraag naar arbeid invullen, dan zullen deze groepen - net zoals de werklozen destijds - systematisch moeten worden gescreend en opgevolgd.

2. Herdefinieer de opdracht van de VDAB naar een centrale activeringsregie en verruim zijn werkingsgebied naar de heterogene groep van niet-beroepsactieven in plaats van enkel de werklozen. Hiervoor moet de VDAB beschikken over een verruimd mandaat, moet de dienst een constructieve samenwerking opzetten met andere (federale) overheden en apparaten maar ook zijn werkingsmodel zelf tegen het licht houden. Wat doet de VDAB nog zelf? Wat besteedt hij uit aan de markt en tegen welke voorwaarden? Het is ook nodig meer inzage te krijgen in de performantie, impact en kostprijs. De vraag naar transparantie en responsabilisering gaat overigens op voor alle overheden die een schakel in handen hebben om tot een werkzaamheidsgraad van 80% te komen zoals het RIZIV, de lokale besturen en de FOD Sociale Zekerheid. 

“Nederland, Zweden en Duitsland tonen dat het kán, mits grondige hervormingen.”

Sonja Teughels

3. Maak de uitkeringen sterk degressief en beperk de (werkloosheids)uitkeringen in de tijd. Er moet absoluut vermeden worden dat het stelsel van communicerende vaten in werking treedt waardoor de winst op het ene terrein teniet gedaan wordt door verlies elders. Dit betekent dat we nauwlettend moeten toekijken dat er geen nieuwe instroom in andere uitkeringsstelsels binnenkomt én dat we tegelijk alle uitkeringen gradueel moeten afbouwen via een degressief verloop tot en met het beëindigen in de tijd. Waar nodig moet een graduele overgang van uitkering naar werk (deeltijds, al dan niet in combinatie via progressieve werkhervattingsformules) worden uitgewerkt. 

4. Naast een strenger toezicht en meer controle, moet een jobstimulans het werken aanmoedigen. Van de laaggeschoolden is nauwelijks de helft aan het werk hoewel voor veel vacatures geen kwalificaties vooropgesteld worden en enkel naar de motivatie gevraagd wordt. Toch zetten velen deze stap niet wegens te geringe incentives en inactiviteitsvallen. Bepaalde voordelen vallen weg met het gaan werken, arbeid wordt te zwaar belast en aan het eind blijkt het verschil tussen werken en niet werken niet voldoende groot. Om die reden moet de komende jaren volop worden ingezet op het stimuleren van de aanbodzijde (naast opvolging en controle). 

5. Tot slot, vereenvoudig waar mogelijk. De (beperkt degressieve) inrichting van de werkloosheidsuitkeringen, de hertewerkstelling van langdurig arbeidsongeschikten, de activering van mensen met een arbeidshandicap, ….hebben telkens gemeen dat het beleid oeverloos ingewikkeld en complex is. Dit maakt het moeilijk, zo niet onmogelijk, om aan iedereen uit te leggen wat de incentives, de voordelen of de gevolgen zijn van tewerkstelling en aanwerving. Zoals de Vlaamse regering bij haar vorige aantreden de Vlaamse doelgroepkortingen fors vereenvoudigde, is een soortgelijke vereenvoudigingsoperatie ook nodig ten aanzien van andere maatregelen. Als werkzoekenden, werknemers en werkgevers het kader begrijpen en kunnen toepassen, kan er ook naar gehandeld worden. 

Contactpersoon

Sonja Teughels

Senior Adviseur Arbeidsmarkt

ING
SD Worx