Skip to main content
  • 05/09/2019

Geert Moerman twittert

Op Twitter deelt Geert Moerman kort en krachtig zijn visie op ondernemerschap, economie, politiek en het leven zoals het is. U kan hem volgen onder de twitternaam @Geert_D8. In Ondernemers geeft hij maandelijks een uitgebreidere commentaar bij enkele opvallende tweets.

De mentale last van de Mobiscore

Op het platteland parasiteer je op mobiliteit en milieu? Neen toch!

De Mobiscore heeft meer losgemaakt dan de bedenkers ooit hadden bedoeld. De score werd het symbool van het schisma van de stad versus het platteland en van het voortschrijdend regulitis- en vooral belerend gedrag van de overheid. 
In wezen geeft ze aan hoe goed voorzieningen voor openbaar vervoer, onderwijs, winkels en diensten, ontspanning, sport en cultuur, gezondheid en zorg bereikbaar zijn per fiets of te voet. Objectief is er weinig in te brengen tegen een score die aangeeft hoe vlot je woning ontsloten is. Maar de eerste vraag is: zijn er echt mensen die een huis kopen of huren, zonder in kaart te brengen hoe ze daar kunnen geraken? Mensen brengen ongetwijfeld in rekening waar werk, school en winkels zich bevinden. Op school worden simpele evaluaties op 10 punten afgeschaft omdat dit te betuttelend is, maar de overheid mag volwassen mensen wel zo behandelen.

Verder is er onvrede over de berekening van de Mobiscore. Meest illustratief is het criterium “nabijheid van ontspanning, sport en cultuur”. Daaronder verstaan de Mobiscore-bedenkers: “bibliotheken, cultuurcentra, bioscopen, schouwburgen, concertzalen, sportaccommodaties, zwembaden, openbare parken, provinciale domeinen en natuurgebieden”. De meeste mensen die op het platteland wonen, hebben een eigen tuin. Dat is meestal één van de belangrijke criteria om daar te wonen. Deze tuin onderhouden en er vooral van genieten, is dé vorm van sport en ontspanning. Eigenlijk zou dus iedereen met een tuin het maximum aantal punten op dit criterium moeten krijgen. Maar blijkbaar is de Mobiscore ook een waardering van consumptisme: ontspanning moet extern geconsumeerd worden, anders telt het niet.

Nog een andere bedenking. Meer en meer worden mensen die op het platteland wonen en in de stad komen werken of winkelen, weggezet als ‘luchtverpesters’ van de stedeling. Maar omgekeerd komen in het weekend stedelingen massaal naar den buiten afgezakt, meestal met de wagen, om daar te fietsen en te wandelen. Als je de zaak op de spits wil drijven, zouden de dorpen dit verkeer in het weekend moeten weren of minstens hoge parkeertarieven opleggen - hetzelfde beleid dat steden meer en meer voeren om wagens van niet-inwoners te weren. Deze wederzijdse wrevel tussen stad en platteland werd recent uitgelokt door (veelal stedelijke) politici, en krijgt nu een stevige retour de flamme.

Het idee achter de Mobiscore is dat gegroepeerd wonen de voorkeur geniet en dat steden daar de beste oplossing voor zijn. In zijn wat onbehouwen communicatiestijl is de bouwmeester daar zeer transparant over. Ik krijg echter een onbehaaglijk gevoel bij dit axioma. Als ik reis naar landen als India en China, zie je de grote trek van mensen die van het platteland weggaan en hun geluk beproeven in de steden. In India gebeurt dit heel chaotisch, in China strak geleid door de staat. Maar het effect op het bruto nationaal geluk van deze volksverhuizing van platteland naar steden is zeer betwistbaar. Als ik door de krottenwijken (India) of de eindeloze rijen dicht bij elkaar gebouwde appartementsblokken loop (China), denk ik dikwijls: waren deze mensen niet gewoon beter in hun dorp gebleven? Maar ook dichterbij, aan Nederlanders, kunnen we eens vragen wat ze van hun woonkwaliteit in combinatie met de openbare ruimte vinden? De meeste Nederlanders die ik hier rondleid, vinden dat de privébewoning bij hen te sterk inboet op de publieke ruimte.
Ze zouden gerust een aantal zaken willen ruilen met ons.

Mobiscore


Vanzelfsprekend is het een goede zaak dat de eindeloze lintbebouwing in Vlaanderen werd stopgezet. Voor zover mijn informatie reikt, is dit al vele jaren zo en breidt dit fenomeen zich niet verder uit. Maar dat is nog iets anders dan ‘verspreide bewoning’ tegengaan. Is er nog plaats voor het restaureren van de vele historische woningen (boerderijen, kastelen, interbellumvilla’s.,..) gelegen op schitterende plaatsen, met mooi gerestaureerde boerderijen in een plooi van het landschap of villa’s aan een bosrand? Toegegeven, het is luxe en niet iedereen kan zich dit permitteren (een herenhuis of loft met terras en uitzicht over het stadscentrum ook niet trouwens), maar mag het nog?

Een raadsel is ook waarom mensen die in een goed uitgeruste dorpskern wonen, toch een slechte Mobiscore hebben. De stad is de enige norm, zoveel is duidelijk.
We zoeken ongetwijfeld een antwoord op de vraag hoe we alle mensen in de toekomst kunnen huisvesten op een ecologisch verantwoorde manier en met aandacht voor woonkwaliteit en sociale cohesie. Ik ken ook niet de ideale oplossing, alleen is wat de Mobiscore suggereert, veel te eenzijdig. Iedereen naar de stad waar we de perfecte leefwereld creëren, dat is de nieuwe versie van brave new world. Theoretisch perfect, maar met een aantal voorspelbare gevolgen: meer noodzaak tot planificatie door de overheid, grotere commercialisatie van alles wat wonen en leven betreft (“een terrasje doen” i.p.v. in de tuin zitten bijvoorbeeld), prijzen per m² die de pan uitswingen met oplopend verschil tussen rijk en arm, sociale fenomenen die moeilijker te beheersen zijn en op zich weer aanleiding geven tot nieuwe overheidsinterventie.

Nog een paar losse bedenkingen om andere visies een kans te geven: hoeven we een sterke bevolkingsgroei in te calculeren als we over het woonareaal in de toekomst denken, geeft de demografie in Vlaanderen daar aanleiding toe? Ik zou denken van niet. Kunnen we al incalculeren dat de milieukost van wonen en mobiliteit drastisch zal veranderen met impactrijke fenomenen als elektrificatie van voertuigen, self-driving, sharing, alternatieve energie...? 
De reductionistische mentaliteit van de Mobiscore tot “leven in de stad is goed, op het platteland parasiteer je op mobiliteit en milieu” heeft in ieder geval al heel wat losgeweekt. Dat is misschien nog haar grootste verdienste.

Contactpersoon

Geert Moerman

Gedelegeerd bestuurder

Banque de Luxembourg
Deloitte
ING
Logo Mensura
Proximus
SD Worx
BovaEnviro+
GutzandGlory
G4S
Soundfield
Jobat Media